Aanmelden
Menu

Handelingsgerichte diagnostiek, vaststellen van een diagnose (classificerende diagnostiek) en intelligentiebepaling

Juiste niveau

De cliënt op het juiste niveau aanspreken, begeleiden en daar waar nodig behandelen, dat is binnen onze praktijk van het grootste belang. Soms kan het dan helpen om een intelligentiemeting en/of psychodiagnostisch onderzoek uit te voeren. Zo kunnen we beter de ‘software’ van iemand doorgronden.

Totaalplaatje

Een duidelijk totaalplaatje van een cliënt helpt om zorgvuldig de juiste route voor hem of haar uit te stippelen. Ook kan het van waarde zijn bij het bepalen van een schoolkeuze. Een meting voorkomt dat een cliënt wordt overvraagd of juist ondergestimuleerd. In beide gevallen kan dat tot gedragsproblemen leiden.

De onderzoeken vinden plaats volgens een vast stramien. Ze worden op de praktijk of desgewenst op school uitgevoerd. Bij de intelligentiebepalingen wordt voor kinderen en jongeren de WISC gebruikt. Het kind hoeft niet te kunnen lezen of schrijven om de test te kunnen uitvoeren.

Voor volwassenen wordt gebruik gemaakt van de WAIS.

Aanvullend (persoonlijkheids) onderzoek

Het kan nuttig zijn om naast een intelligentiebepaling aanvullend (persoonlijkheids) onderzoek uit te voeren. Aanvullend onderzoek kan bijvoorbeeld uitwijzen of iemand een stoornis binnen het autistisch spectrum heeft, of er wordt een diagnose als ADHD of ADD gesteld. Daarnaast is het mogelijk voortgangsdiagnostiek en/of handelingsgerichte diagnostiek af te nemen om (opnieuw) richting te geven aan een al ingezet behandel- begeleidingstraject.

WISC

De onderzoeken vinden plaats volgens een vast stramien. Ze worden op de praktijk of desgewenst op school uitgevoerd. Voor jongeren tussen de 6 en 16 jaar wordt ‘de ‘WISC’ gebruikt, een veelgebruikte intelligentietest die wetenschappelijk onderbouwd is.

WAIS

Volwassenen kunnen worden getest met behulp van de ‘WAIS’. Deze test geeft niet alleen een totaal IQ, maar kan ook veel vertellen over de persoonlijkheid van de deelnemer en de mogelijke aanwezigheid van neuropsychologische en psychiatrische stoornissen. In de test wordt o.a. ook gekeken naar het werkgeheugen, verwerkingssnelheid en naar psychometrische eigenschappen (kennis, vaardigheden, attituden, eigenschappen en persoonskenmerken).